enkel voor abonnees

Kristel Verbeke leeft mee met moeders in armoede

interview - 25 05 2022
een moeder uit 'Zorgen voor mama' en Kristel Verbeke
Foto: beeld uit 'Zorgen voor mama' - VRT

“Leven in armoede is een voltijdse job”

Echte honger? De meesten van ons kennen dat niet. Heel wat gezinnen in ons land wel. Zij leven in armoede. Ook Kristel Verbeke groeide zo op. Je kent haar als lid van de eerste K3. Nu presenteert Kristel het tweede seizoen van het tv-programma ‘Zorgen om mama’. Daarin toont ze het leven van moeders in armoede. Wablieft sprak met Kristel Verbeke.

 

Wablieft: Hoe waren de opnames van het tweede seizoen?

Kristel Verbeke: We maakten opnames bij vier mama’s. Dat was vooral vorig jaar. De corona-crisis was toen nog volop bezig. We moesten dus afstand houden van elkaar. Dat vond ik vervelend. Want je wil veel samen zijn en elkaar knuffelen. Maar de opnames zijn goed gelukt, hoor. Het moeilijkste is natuurlijk de armoede zien. Je komt thuis bij gezinnen die een lege koelkast hebben. Mensen die grote problemen hebben met geld. Mensen die het erg zwaar hebben. Dat neem je mee naar huis.

 

Jij groeide zelf ook op in armoede. Kon je je herkennen in deze moeders?

Ja, soms in kleine dingen. Zo ga ik elke dag douchen met warm water. Dat is niet voor iedereen zo simpel. Ook voor mij vroeger niet. Wij namen niet elke dag een douche. Dat vinden wij vaak heel normaal. Maar dat is het niet. Of je hebt maar tien euro voor de rest van de week. Dat gevoel herkende ik. Daarmee moest mijn moeder eten kopen. Dan kom je vaak uit bij eten als pasta met ketchup of pasta met bruine suiker. We konden niet anders. We hadden echt honger. Dat herkende ik zeker van vroeger. 

 

Je hebt twee dochters die tieners zijn. Weten zij dat jij vroeger in armoede leefde?

Ja, dat weten ze heel goed. Ik had vroeger ook twee zusjes. Die zijn er nu niet meer. Ik vertel daarover. Ik zeg niet: “Dit kost veel geld, hoor! Dit kon ik vroeger niet betalen.” Dat doe ik niet. Maar ik vertelde hen wel al veel over hoe anders het was voor mij dan voor hen. 

 

Laat je hen bijvoorbeeld spaarzaam zijn met hun zakgeld?

Zeker. Ze krijgen bij het begin van elke maand een bedrag. Daarmee moeten ze het doen. Ik zorg wel voor hun eten en zo. Willen ze een broodje kopen? Dan betalen ze dat zelf. Of een concert, dat betalen ze ook zelf. Dat heeft niets te maken met mijn jeugd. Ik vind dat gewoon een gezonde opvoeding.

 

Uit
Claudia, Kristel, Ella en Raf zitten aan tafel
Foto: beeld uit 'Zorgen voor mama' - VRT
Uit
Uit

Armoede oplossen is moeilijk. Het gaat vaak niet alleen om geld. 

Inderdaad. Vergelijk het met een periode waarin je heel veel stress hebt. Je hebt examens of je verhuist. Of je verandert van werk. Dan kan je aan niets anders denken. Dan moet iedereen je met rust laten. Of je kan niet goed nadenken. Dat is hoe armoede voelt. Armoede is eigenlijk een voltijdse job! Je voelt dat ik me hier erg druk in maak. Het is niet alleen: “Hoe kom ik rond met mijn geld?” Maar ook: “Ik moet nog al die papieren in orde brengen. En ik moet nog naar het ziekenfonds. En daarna moet ik nog dat regelen.” En, en, en… het is elke dag een strijd. 

 

Ik denk ook aan mensen met schulden. Stel dat iemand anders deze schulden afbetaalt. Zijn de problemen dan opgelost?

Nee, natuurlijk niet! Soms helpt het mensen wel vooruit om geld te krijgen. Want alles begint met een tekort aan inkomen. Is het dan opgelost? Meestal niet. Want vaak zijn woningen te duur. Stel dat je een inkomen hebt van 1.300 euro per maand. En je moet 650 euro betalen voor je huur. Dat is de helft! Hoe kan je dan al de rest nog betalen?

 

Armoede oplossen is dus heel moeilijk.

Ja,... maar niet onmogelijk. Waar zie ik kansen? Woningen betaalbaar maken. Onderwijs gratis maken. En wil je dat mensen meer online doen? Dan moet je niet alleen zorgen voor toestellen. Ook voor toegang tot het internet. En je moet mensen uitleggen hoe ze een computer kunnen gebruiken. Er zijn dus oplossingen. Dat vergeten we soms. Vergelijk het met een dokter die bij iemand kanker ontdekt. En dan zegt: “Ik heb de oplossing nog niet gevonden, dus we gaan je niet behandelen.” Dat kan toch niet?

 

Hoe vinden jullie mensen voor de reeks?

Op verschillende manieren. We vragen bij armoede-organisaties of ze mensen kennen die willen getuigen. Want ik vind het belangrijk om armoede te tonen. Toch vind ik het ook belangrijk dat de getuigen het aankunnen. Ze moeten hun verhaal delen met een heel groot publiek. Dat is niet eenvoudig. Dus dat bespreken we vooraf goed. We vragen ook of ze ons zes maanden met een camera willen toelaten. In hun huis en hun leven. En of ze hulp aanvaarden van een coach. We zoeken ook mensen langs Facebook. En veel mama’s stuurden ons zelf een bericht. Want ze willen graag onze hulp.

 

Het lijkt me moeilijk om zoveel te vertellen op tv.

Hun verhaal vertellen, is niet alles. Ze gaan ook samen met de coach naar het OCMW. Of ze zetten samen een eerste stap naar werk. Dat is ook niet eenvoudig.

 

Zou je graag nog een derde seizoen maken?

Ik wou dat dat niet nodig was. Dat zou betekenen dat armoede opgelost is. Dat is wellicht een te grote droom. Ik weet niet of ik nog een seizoen van dit programma wil maken. Ik wil ook niet enkel programma’s over armoede maken. Ik blijf me er zeker wel voor inzetten. Maar misschien wil ik op televisie wel eens iets anders doen.

 

Gebeurt alles ook echt zoals je het ziet op tv?

We vragen soms wel om opnieuw voor de camera te wandelen. Alles wat er gebeurt, blijft echt. En soms gebeuren er ook dingen die we niet filmen. Bijvoorbeeld als iemand zonder camera’s naar een psycholoog wil gaan. Dan hebben wij daar respect voor. 

 

Ik bedoel: jullie doen alles op korte tijd. Gaat dat in het echt dan even snel?

Dat verschilt. Armoede is heel lokaal. Veel organisaties hebben banden met steden en gemeenten die op hun manier dingen aanpakken. In Mechelen hebben ze het GO-team. Elke begeleider begeleidt daar zeven gezinnen. Maar medewerkers van het OCMW begeleiden elk 20 tot 30 gezinnen. Dan kan je natuurlijk niet zo nauw met iemand samenwerken. Dat is geen verwijt voor de medewerkers van het OCMW. Langdurig en veel begeleiding bieden: ik zie gewoon dat het echt werkt. Ik geloof dus wel in die aanpak. Ik besef dat dit niet niet altijd mogelijk is. 

 

Mensen in armoede weten vaak niet waar ze terecht kunnen voor hulp.

Heb je het moeilijk? Ga dan naar een CAW, Sociaal Huis of OCMW. Dat zijn organisaties en diensten voor je gemeente en streek. Stap je gemeente binnen en vraag waar je terecht kan met je probleem. Dat is niet gemakkelijk. Je moet de stap durven te zetten. En dan is er heel veel mogelijk.

 

Heb jij nog contact met de mensen van het eerste seizoen?

Hun toestand is nog niet veel veranderd sinds vorig jaar. Ik denk wel dat ze veel gehad hebben aan het delen van hun verhaal. Ik denk ook dat ze vrienden maakten onder de andere deelnemers en zelfs de coaches. Dat helpt hen ook al. 

 

Maar ze raakten dus nog niet weg uit de armoede?

Nee hoor, dat kan ook niet. Armoede duurt lang. Volgens wetenschappers kan het zeven jaar duren, met veel begeleiding. Want ook al heb je werk, je huur blijft erg hoog. En energie kost nu ook zoveel.

 

Heb je een boodschap voor wie in armoede zit?

Durf te zeggen hoe moeilijk je het hebt. Er zijn meer mensen zoals jij dan je denkt. Je verhaal delen, kan al goed voelen. Zelfs voor mij was dat zo. Ik vertelde pas vorig jaar voor een groot publiek hoe zwaar ik het heb gehad. Dat vond ik erg moeilijk. Ik schaamde me. Maar ik kreeg dus heel veel fijne reacties. Dus, durf te delen. En eis op waar je recht op hebt.

 

‘Zorgen om mama’ is te zien op Eén, maandag om 20.35 uur en op vrt.NU.
 

Interview door Lynn Claerhout

Uit