Rick Jacobs doet straathoekwerk
“Iedereen heeft recht op een menswaardig leven”
Rick Jacobs (32 jaar) doet straathoekwerk in de gemeente Boom. Elk jaar heeft hij contact met ongeveer 70 gasten. Zo noemen straathoekwerkers de mensen die ze helpen.
Rick is de enige in zijn gemeente met die job. Maar er zijn veel mensen die hulp nodig hebben. Want Boom is een gemeente met bijna 20.000 inwoners. Hoe helpt hij mensen? Wablieft ging met hem in gesprek.
Wablieft: Wat doet een straathoekwerker?
Rick Jacobs: Wij zijn aanwezig waar onze gasten zijn: op straat, in een park, op café, bij hen thuis … Soms zit ik op een bank om rond te kijken. Wat gebeurt er in de wijk? Wie leeft er? Mensen zien mij vaak en herkennen mij. Zo kunnen ze mij makkelijk aanspreken. Ik spreek zelf ook mensen aan. Zo leer ik hen kennen.
Hoe doe je dat precies?
Wij zijn vooral aanwezig. En we werken op het tempo van de gasten. Zij mogen dus zeggen wanneer de hulp te snel gaat of te moeilijk is. Daar hebben we respect voor. We zetten mensen nooit onder druk om iets te doen wat ze niet willen. Zij bepalen hun eigen doelen. We bouwen ook een gelijkwaardige band op. En wij zijn er voor hen. We bekijken en voelen: wat heeft die gast nodig?
Waarom is jouw werk nodig?
Straathoekwerk is sociaal werk met de laagste drempel. Het is dus de makkelijkste manier voor gasten om hulp te krijgen. Want ons doel is contact maken met mensen die moeilijker hulp vinden bij diensten voor hulp. Want die hebben voorwaarden. Bij straathoekwerkers zijn mensen altijd welkom. Voorwaarden maken het moeilijker. Ik geef een voorbeeld. Vraag je een leefloon aan bij het OCMW? Dan moet je veel stappen nemen. Bijvoorbeeld je rekeningen tonen of bewijzen dat je in orde bent bij je ziekenfonds. Voor sommige gasten is het heel moeilijk om dat allemaal in orde te brengen. Soms is de stap zetten naar een dienst ook heel moeilijk. Je moet dan hulp vragen. Dat vraagt moed. Maar iedereen heeft wel recht op die hulp. Want iedereen heeft recht op een menswaardig leven.
Toch heeft niet iedereen dat. Zelfs niet in ons land. Hoe komt dat?
Met sommige mensen kunnen diensten moeilijk contact maken. Bijvoorbeeld mensen die op straat leven. Zij doen vaak niet wat de diensten verwachten. De mensen moeten op tijd komen op afspraken. Ze mogen niet onder invloed zijn van alcohol of drugs. Ze moeten ook beleefd en dankbaar zijn. Dat is soms moeilijk voor die mensen. Zij zijn elke dag vooral bezig met overleven. “Waar ga ik slapen? Wat ga ik vandaag eten? Wat kan ik aandoen nu mijn kleren gestolen zijn?”
Ook de samenleving verwacht ander gedrag.
Inderdaad. De samenleving oordeelt dus snel over gasten. Maar zij hebben veel problemen. Ze hebben het mentaal moeilijk. Zij proberen ook gewoon hun weg te vinden in het leven. Helaas hebben ze vaak pech. Ik geef een voorbeeld. Ik kom zelf uit een warm gezin. Een gast van mij had dat niet. Hij was dakloos en had het heel zwaar. Ik stelde voor om een leefloon aan te vragen. Dat was heel moeilijk voor hem. Uiteindelijk zijn we toch samen naar het OCMW gegaan. Daar hadden we een gesprek met een sociaal werker. Nadien zei de gast geen ‘dank u’. Maar hij bedankte mij wel wanneer ik hem een broodje gaf. Ik vroeg hem waarom. Hij antwoordde: “Ik ben dankbaar dat jij in mijn leven bent. Maar ik bedank niet voor iets waarop ik recht heb. Ik heb recht op een menswaardig bestaan. Helpt iemand mij daarmee? Dan zeg ik geen ‘dank u’. Ik ben wel heel dankbaar dat ik jou kan vertrouwen. Dat vind ik het belangrijkste.”
Misschien was hij wel blij.
Ja, en dat vertrouwen is ook heel belangrijk in mijn werk. Ik ben aanwezig in de leefwereld van de gasten. Straathoekwerkers zitten niet op een bureau te wachten op mensen. Wij gaan naar hen toe. Op straat, op een plein, in een kraakpand … Ik luister en ben open over mijn eigen leven. Ik ben ook maar een mens. Iedereen heeft het wel moeilijk met iets. De een met meer dan de ander. Maar we zijn allemaal evenveel waard. Dus vertel ik over mezelf. Zo toon ik dat gasten mij kunnen vertrouwen. Ik vertel niets door. Dat voelen gasten. Soms zeg ik: “Ik weet het ook niet. Laten we het samen uitzoeken.”
Hoe krijgen gasten zoveel problemen?
Gasten zijn vaak het slachtoffer van problemen in de samenleving. Zo was er iemand in een sociale woning. Een familielid zocht ook een woning. Dus gingen ze samenwonen in dat huis. Maar dat mocht niet volgens de wet. Is dat wel eerlijk? Die man wilde iets goeds doen. Toch kreeg hij een straf. De samenleving maakt het soms erg moeilijk. De mensen zijn geen problemen. Ze hebben problemen. Ik vind dat alle mensen talenten hebben. Ik wil dus graag weten: Wie ben jij? En wat vind jij belangrijk in het leven? Ik verwacht niet dat mensen hun hele levensverhaal aan mij vertellen. Ze mogen vertellen wat ze zelf willen.
Hoe ziet jouw werkdag eruit?
Elke dag is anders. Ik werk ook niet altijd van 9 tot 5 uur. Soms begin ik wat later, soms wat vroeger. Mijn dag begint meestal op het gemeentehuis. Dan zet ik mijn telefoon aan. Dan kan het zijn dat iemand mij belt. Die kan vragen of we samen een koffie gaan drinken. Daarna ga ik in een wijk zitten om rond te kijken. Of ik ga bij iemand thuis op bezoek. Na mijn werk zet ik mijn telefoon uit.
Zien gasten jou als een vriend?
Soms wel. Ik noem mezelf een professionele vriend. Want een echte vriend kan je altijd bellen. Mij niet.
Jij praat veel met gasten. Maar praten helpt toch niet altijd?
Ik denk het wel. Maar straathoekwerk is meer dan praten. Is iemand bijvoorbeeld eenzaam? Dan zoeken we samen manieren om mensen te ontmoeten. Of begrijpt iemand een factuur niet? Dan zoeken we het samen uit. Of ik stuur hen naar een dienst die beter kan helpen. Soms ga ik ergens mee naartoe. Maar ik laat de gasten veel zelf doen en beslissen. Ik geloof dat ze veel zelf kunnen.
Heb je soms het gevoel dat je iemand niet kan helpen? Kan je soms niets meer doen?
Ja. Maar op zo een moment kan je veel doen door er gewoon te zijn. Dat is het belangrijkste in mijn werk. Ik geef mensen nooit op. Mensen weten dat ik er altijd voor hen zal zijn. Ze mogen soms zelfs roepen en vloeken tegen mij. Een straathoekwerker geeft gasten altijd kansen. Soms zijn gasten heel boos of droevig. Dat vind ik normaal. Ik heb altijd begrip.
Straathoekwerk kan helaas niet de hele samenleving veranderen. Maar we kunnen aanwezig zijn voor mensen.
Geeft jouw job jou voldoening?
Gisteren zag ik een kleine gast. Wij kennen elkaar. Hij leek niet blij. Maar toen zag hij mij en begon hij te glimlachen. Dat raakt mij. Gasten en hun verhalen raken mij. Dat vind ik het mooiste aan mijn job. Ik ben oprecht geraakt. En dat voelen ze. Ik maak dan ook tijd en ruimte voor gasten.
Ik denk dat jij al veel mensen geholpen hebt. Hebben er ook al mensen jou geholpen?
Ja, ik heb al heel veel geleerd van anderen. Ik heb nu minder vooroordelen. Vroeger dacht ik vaak: “Waarom doet deze persoon dit of dat?” Of: “Zoek een job. En kom op tijd. Is dat nu zo moeilijk?” Maar alles heeft een reden. Soms zijn mensen nog niet klaar voor een job. Of ze hebben andere zorgen. Denk aan daklozen. Hoe kan je gaan werken als je elke dag een plek moet zoeken om te slapen? Je hebt dan nooit rust. Dat heeft zo een grote invloed op je leven en je gedrag.
Heb je het soms moeilijk door je werk?
Ja, soms huil ik. Dat is menselijk. We zijn allemaal mensen. Ik laat gasten weten: “Ik heb jou gehoord en gezien. Jij telt. Jij hebt rechten. Jij verdient een eigen woonplaats. Jij verdient vriendschap en liefde. Want jij bent een mens.”
Interview door Lynn Claerhout
