enkel voor abonnees

Sarah Nicasi verzorgt pinguïns in Planckendael

interview - 17 03 2026
Pinguins Planckendael
Wablieft / L. Claerhout

Het dierenpark Planckendael in Mechelen bestaat 70 jaar. Je ziet het park nu opnieuw in ‘Het echte leven in de ZOO’. Tv-zender VTM toont nu het derde seizoen van die reeks. Je bent misschien al in Planckendael geweest. Dan zag je er vast al de apen, giraffen, olifanten en andere leuke dieren. Zag je ook de pinguïns? Wablieft ging er op bezoek.

 

Ik stap binnen in het verblijf van de 28 Humboldt-pinguïns. Daar leven ook veel andere vogels. De pinguïns krijgen net eten van verzorgster Sarah Nicasi (30 jaar). Zij werkt al tien jaar in Planckendael.

 

Wablieft: Hoe ziet jouw werkdag er meestal uit?

Sarah Nicasi: Verzorgers poetsen heel veel. Het verblijf van de dieren kan erg vuil worden. Natuurlijk poetsen we ook de bakken van het eten en drinken. We geven de dieren elke dag vers water. We maken eten klaar en geven dat aan de dieren. Kom ik bij de pinguïns? Dan kijk ik eerst of ze er alle 28 zijn. We hebben 13 mannetjes en 15 vrouwtjes. Daarna kijk ik of ze allemaal gezond zijn en of ze goed eten. Dat doen mijn collega’s en ik met alle vogels.

 

Alle vogels in het park? Elke dag?

Ja. Hier leven 90 tot 100 soorten vogels. Van elke soort zijn er meerdere dieren. De flamingo’s zijn bijvoorbeeld met 69.

 

Bekijk je dan elke vogel apart?

Dat is natuurlijk moeilijk. Maar je kan wel de dieren tellen. En je kan het verblijf nakijken. Ligt er nergens een dode of gewonde vogel? Zie je nergens bloed? Dan zal alles wel in orde zijn. We kijken ook naar het gedrag.

 

Welk gedrag is niet normaal?

Bijvoorbeeld mank lopen. Dan heeft het dier wellicht pijn aan een poot. Of niet komen eten. Zeker als een vogel meerdere dagen na elkaar niet eet. Een pinguïn kan ook heel traag wandelen of er slaperig uitzien. Dan weet je dat er wel iets mis is.

 

Hoe kan jij al de pinguïns herkennen?

Ze dragen een bandje rond de vleugel. Elk bandje heeft een andere kleur. De vrouwtjes dragen het bandje rechts, de mannetjes dragen het links. Wij noemen de dieren naar de kleuren van hun bandje. Ze hebben dus geen namen.

 

Wat geef je de pinguïns te eten?

Ze krijgen haring. Ik heb ze zonet 15 kilo gegeven. Dat voedsel is dus voor de pinguïns, maar de inca-sternen eten er nu ook van. Die vogels hebben nesten met eitjes. Ze hebben daarom meer honger dan anders. Zij krijgen normaal sprot. Maar ze mogen nu ook wat haring.

 

In het wild eten pinguïns vooral sardines. Waarom krijgen ze die hier niet?

In het wild leven de pinguïns rond de Humboldt-stroom in Chili en Peru in Zuid-Amerika. Daar vangen vissers te veel sardines. Dat is niet gezond voor het leven in de zee. Daarom kopen wij geen sardines. Haring is ook een vette vis. Dus die is ook gezond.

 

Hoe zorg je ervoor dat alle pinguïns wat vis krijgen? En niet alleen de sterkste?

De mannetjes zijn groter en forser. Zij kunnen makkelijker de visjes pakken. Maar de vrouwtjes zijn slimmer. Zij gebruiken trucjes. Bijvoorbeeld het vrouwtje wit-blauw. Alle pinguïns staan voor de rots. Maar wit-blauw komt altijd heel dicht naast de verzorger staan. Ze weet dat zij dan apart visjes krijgt. De verzorgers letten er wel op dat alle dieren genoeg te eten krijgen.

 

Kan het geen kwaad dat ze hier niet moeten jagen?

Jagen houdt hun lichaam en geest actief. De dieren moeten hier niet jagen. Daarom zorgen wij ervoor dat ze toch actief blijven. We gooien visjes in het water. Die moeten ze dan zelf vangen. We spelen ook met licht. We houden spiegels boven het water. Zo komen er stralen van licht in het water. Daarop jagen de pinguïns dan. Dat vinden ze heel leuk. We doen dat nu wel even een beetje minder. Er zijn enkele nieuwe pinguïns. Die moeten eerst nog leren om naar de verzorgers te komen. Ze durven dat nog niet altijd.

 

Denk je dat de dieren hier gelukkig zijn?

Ik denk het wel. Ze hebben hier geen vijanden zoals in het wild. Ze hebben altijd eten. Waren ze ongelukkig? Dan zou je dat zien aan hun gedrag. Dan draaien ze de hele tijd met hun kop. Of ze wiegen heen en weer. Of ze trekken hun eigen veren uit. Die dingen doen ze om zichzelf te kalmeren. Maar dat zien we dus niet.

 

Hebben de pinguïns elk een eigen karakter?

Ja, dat zie je duidelijk. Sommige dieren komen snel wat visjes halen. Daarna doen ze weer hun eigen ding. Maar er zijn er andere, zoals wit-blauw. Die komt graag bij ons staan. Ook als ze geen honger meer heeft.

 

Merk je dat sommige pinguïns jou graag hebben?

Ze houden niet van mij persoonlijk. Maar ze hebben graag verzorgers die rustig zijn. Pinguïns voelen het als je stress hebt. Je moet kalm zijn en geduld met ze hebben.

Uit

Ik heb gehoord dat pinguïns hun hele leven bij dezelfde partner blijven. Is dat waar?

Ja. Ze wisselen soms weleens van partner. Maar het liefst zouden ze voor altijd bij dezelfde partner blijven. Soms vormen ook twee mannetjes een koppel. Of twee vrouwtjes. En af en toe is er ruzie om een nest. Dan kiezen ze soms een andere partner. Nu zijn er ook nesten met eitjes. Hopelijk komen de eitjes uit.

 

Zou jij voor een dag een pinguïn willen zijn?

Zeker! Ik zou de hele dag zwemmen en visjes eten. Ik denk dat zij een makkelijk leven hebben. Ze leven de hele dag op het strand en in het water. Het is hier eigenlijk als een hotel met alles erop en eraan. (lacht)

Uit

“Wij geven de dieren een zo goed mogelijk leven. Daar werken we elke dag hard voor.”

Uit
Top
67-33
Uit
pinguins
Wablieft / L. Claerhout
Uit

Opgesloten, maar beschermd

 

Sommige mensen houden niet van dierenparken. Want de dieren zitten daar opgesloten in kooien. Wat vindt verzorgster Sarah daarvan?

 

Sarah Nicasi: Ik begrijp dat gevoel. Maar door de mens verdwijnen veel gebieden waar dieren leven. Door de mens hebben veel dieren het moeilijk. Dierenparken kunnen daar iets aan doen. Wij beschermen soorten en proberen die te behouden. Dat noemen we ‘conservatie’. We kweken bijvoorbeeld. We laten hier nieuwe dieren geboren worden. Zo hebben we koppels van gieren. Zijn hun jongen klaar voor het wild? En kunnen ze zelf jagen? Dan laten we hen vrij. Dat gebeurt heel vaak. Daarnaast houden we ook dieren om hun soort tegen uitsterven te beschermen.

Bezoek je een dierenpark? Dan betaal je voor een kaartje of abonnement. Met dat geld starten we projecten in België en andere landen. We leren bijvoorbeeld mensen om te gaan met wilde dieren. Zo kunnen mens en dier beter samenleven.

Bezoekers van dierentuinen gaan ook anders denken over dieren. Ze zien dat we dieren niet zomaar opsluiten. Wij geven de dieren een zo goed mogelijk leven. Daar werken we elke dag hard voor. Misschien gaan bezoekers zelf ook projecten voor dieren steunen. Want zie je een pinguïn in het echt? Dan is dat toch anders dan in een docu op tv.

 

ZOO Planckendael vind je aan de Leuvensesteenweg 582 in Mechelen. Het park is elke dag open vanaf 10 uur. Meer info en kaartjes: planckendael.be.

Een nieuwe aflevering van ‘Het echte leven in de ZOO’ is er elke zaterdag op VTM, om 19.50 uur. 

 

Lynn Claerhout

Uit