Kaat en haar man kregen een sterrenkind

interview - 15 01 2020
Handen van  ouders en  kind
Foto: Catherine Misselyn / Boven De Wolken

‘We blijven trotse ouders’

Elk jaar sterven ongeveer 500 baby’s nog voor ze geboren worden. Wellicht zijn het er nog meer. Want de overheid telt pas zodra een baby 500 gram of meer weegt. Een ongeboren kind verliezen is erg zwaar. Ouders keken zo uit naar het nieuwe leven. Dat kwam er niet. Ze kregen een sterrenkind. 
 

Kaat T’Seyen (29 jaar) en haar man kregen een sterrenkind. Nomi werd geboren op 20 maart 2019. Dat was veel te vroeg. Kaat en haar man hadden veel aan de steun die ze kregen van de organisatie Boven De Wolken.

 

Kaat T’Seyen: Op 19 maart vorig jaar kreeg ik hevige pijn in mijn buik. Ik ging daarom naar het ziekenhuis. Daar verloor ik plots veel bloed. Ik was nog net geen 24 weken zwanger. Ik wilde dus nog niet bevallen. Maar de dokters zeiden dat ze het niet konden tegenhouden. De volgende ochtend ben ik bevallen. Helaas was het hartje van Nomi nog niet sterk genoeg. Ze is dood geboren.

 

Wablieft: Hoe leerde je Boven De Wolken kennen?

Dankzij het ziekenhuis. Medewerkers vroegen ons of we foto’s wilden van Nomi. ‘s Avonds kwam er al een fotografe langs. Zij werkt bij Boven De Wolken. Catherine was heel zacht en lief. 

 

Waarom wilden jullie foto’s van jullie overleden baby? Veel mensen vinden zulke beelden te droevig om te zien.

Als ouder ben je heel trots op je kind. Je bent een gezin, en je wil daar foto’s van. Je kan je kind nooit terugzien. Maar met die foto’s heb je toch herinneringen. Dat heeft ons geholpen. Nu hebben we foto’s van Nomi in onze woonkamer, slaapkamer, op onze smartphone, in onze portemonnee… Dat is fijn. We kunnen anderen nu ook tonen dat Nomi al echt een kindje was.

 

Heb je na haar geboorte een begrafenis gehouden?

Ja. We zijn samen met enkele mensen uit de familie een laatste groet gaan brengen. Daarna is Nomi gecremeerd. We hebben de urne met haar assen begraven. Want we wilden graag een plek waar we naartoe kunnen om haar te bezoeken. We hebben ook wat assen thuis. En we hebben wat assen in enkele juwelen.

 

Jij kreeg ook steun van het Berrefonds. Wat hebben zij voor jullie gedaan?

Na de geboorte kregen we van het ziekenhuis een doos. Die kwam van het Berrefonds. Daarin zaten kleertjes, een dekentje, een knuffel, een afdruk van Nomi’s voetjes in klei...

 

Waar haal je nu de meeste steun uit? 

Mijn man! En de eerste weken na Nomi’s geboorte luisterden we veel naar muziek. Eerst luisterden we telkens opnieuw naar dezelfde twee of drie liedjes. De hele dag, elke dag. Nu hebben we al een lijst met zeker 25 liedjes die ons aan Nomi doen denken. Ik haal ook veel steun uit mijn juwelen met haar assen erin. En ik hou graag haar knuffel of foto vast. We kregen ook veel kaartjes. Die betekenen veel voor ons. Vooral de kaartjes met ‘proficiat’ erop.

 

Krijg je ook steun van andere ouders van sterrenkinderen?

Ja, ik vond hen op internet. Ze hebben vaak heel verschillende verhalen. Maar ons verdriet is wel gelijk. We leerden ook ouders kennen dankzij het Koesterhuis van het Berrefonds. Al die mensen zijn heel belangrijk voor ons. Zij begrijpen ons. Want onze gevoelens zijn vaak ingewikkeld. Je voelt je soms zelfs schuldig. Maar die anderen kunnen je zeggen dat je gevoelens normaal zijn.

 

Ga je dit jaar iets bijzonders doen op de verjaardag van Nomi?

Onze familie heeft al verlof genomen op 20 maart. We gaan samen naar haar grafje. En we gaan een taart maken. Met de chocoladerepen die ik graag at toen ik zwanger was. Zulke dingen willen we elk jaar doen. We willen er een fijn feest van maken. We willen tonen dat we al een jaar trotse mama en papa zijn. 

 

Heb je raad voor wie ouders met een sterrenkind wil steunen?

Ik vind het fijn als mensen over Nomi praten. Maar durf aan de ouders te vragen wat zij zelf graag willen. Je mag zeker proficiat zeggen. Want alle ouders zijn trots. Ik ken geen enkele ouder die niet trots is. En blijf denken aan het sterrenkind. Want het blijft altijd een kind van de ouders.

 

Info: www.bovendewolken.be en www.berrefonds.be

 

Tekst door Lynn Claerhout

Uit