Elísabet Gunnarsdóttir traint de Red Flames
De Red Flames is de ploeg van Belgische vrouwen in het voetbal tussen landen. Net als de Rode Duivels spelen ze in de Nations League. In hun groep met Engeland, Portugal en Spanje staan de Flames nu vierde en laatste. Op 4 en 8 april spelen ze tegen Engeland. Met hun nieuwe trainer Elísabet Gunnarsdóttir willen ze voor het eerst winnen. Lukt het tegen Engeland?
Elísabet Gunnarsdóttir (48 jaar) uit IJsland werd in januari trainer van de Red Flames. Ze volgde er Ives Serneels op. Hij leidde de ploeg 14 jaar. Gunnarsdóttir heeft al meer dan 30 jaar ervaring. Ze was al trainer in de hoogste klasse van IJsland en Zweden, en voor haar land. Zij moet de Flames weer met veel kracht laten spelen.
Wablieft: Je bent nog niet zo lang trainer van de Red Flames. Ben je het leven in België al wat gewoon?
Elísabet Gunnarsdóttir: Ik ben vooral al mijn speelsters en medewerkers gewoon. (lacht) Ik heb al veel gewerkt. Ik had dus nog niet veel tijd om buiten te komen. Het leven in België moet ik nog ontdekken. Maar ik pas me snel aan.
Hoe goed ken je de speelsters al?
Ik denk dat ik ze al redelijk goed ken. Ik ga regelmatig naar wedstrijden van hun clubs kijken. Ik ben natuurlijk nog niet zo lang trainer hier. Ik moet nog meer met de speelsters praten. Dan kan ik hen beter helpen.
Je bent voor het eerst trainer van de ploeg van een land. Hoe anders is dat dan trainer zijn in een club?
Het is niet echt mijn eerste keer. Ik was in 2005 en 2006 assistent van de trainer van de vrouwenploeg van IJsland. Die trainer kreeg eens een rode kaart. Daarom nam ik in twee wedstrijden haar plaats in. Ik was die twee jaar ook trainer van de vrouwenploeg onder 23 jaar van IJsland. Ik weet dus wel een beetje hoe landenploegen werken. En dat is zeker heel anders dan bij een club.
Wat zijn de grootste verschillen?
Speelsters voor een land zie je voor een lange tijd niet. Bij wedstrijden zijn we wel tien dagen de hele tijd samen. We spelen dan elke keer twee wedstrijden. Daarna gaan speelsters weer naar hun club. Als trainer heb je dan veel tijd om na te denken en plannen te maken. Je volgt de speelsters bij hun club. Als trainer van een club is het anders. Daar werk je elke dag met dezelfde speelsters. Je leert elkaar veel beter kennen. Dat is niet beter of slechter. Het is wel een heel andere manier van werken.
Je werd trainer op 24 jaar. Was dat niet heel jong?
Ik trainde zelfs al ploegen toen ik 16 jaar was. Bij mijn eerste job als trainer in de hoogste klasse was ik inderdaad 24 jaar. Dat is zeker jong voor een trainer. Dat geeft me nu wel veel ervaring. Ik maakte al succes mee, maar ook verlies. Dat helpt om rustig te blijven. Ervaring is ook belangrijk om goed met mensen te praten en om een ploeg te bouwen.
Wat is jouw stijl als trainer? Ben jij streng, of net helemaal niet?
Ik ben een beetje allebei, denk ik. (lacht) Ik kan streng zijn als het nodig is. Maar zeker niet altijd. Ik vind een goede sfeer in de ploeg heel belangrijk. Hoe moet ik mijn stijl noemen? Misschien kan je dat best aan de speelsters vragen.
De Flames spelen nu in de Nations League. In hun groep zitten wereldkampioen Spanje, Europees kampioen Engeland en Portugal. Hoe groot is de kans om de volgende ronde te halen?
Ik kwam net voor de start van de Nations League bij de ploeg. Ik vind het nog te vroeg om al veel te praten over doelen. Winnen is natuurlijk belangrijk. Maar we zijn nu vooral bezig met nieuwe ideeën. We willen de ploeg goed laten spelen. En het beste uit elke speelster halen. Dan zien we wel waar we raken. We bekijken elke wedstrijd apart.
De wedstrijd tegen Spanje was je eerste wedstrijd met de Red Flames. Bijna zorgden jullie voor een stunt. Tot minuut 92 stonden de Flames 1-2 voor. Toch verloren ze nog met 3-2. Wat dacht jij toen?
Spanje is wereldkampioen. Maar wij speelden een goede wedstrijd. De speelsters werkten heel hard. We konden de winst bijna proeven. Toch ging het op het eind nog mis. Dan heb je veel gevoelens tegelijk. Zo verliezen is natuurlijk niet fijn. Maar we zijn wel trots op ons werk en de inzet. Trouwens, een verlies maakt je honger naar de volgende winst alleen maar groter.
Lees verder onder de foto.
“Een verlies maakt je honger naar de volgende winst alleen maar groter”
De Flames speelden wel een heel sterke wedstrijd. Daar ben je zeker ook trots op?
Zeker. We gaven nooit op. De speelsters vormden een echt team. Ze geloofden in zichzelf en in elkaar. Dat maakt mij heel trots.
Na Spanje volgde de wedstrijd tegen Portugal. Die verloren de Flames nipt met 0-1. Portugal kreeg een strafschop. België verdiende er ook één. Maar de scheidsrechter gaf die niet. Hoe erg vond je dat?
Ik vond dat erg lastig. Kregen we die strafschop wel? Dan zou de wedstrijd heel anders gegaan zijn. Maar dat is voetbal: soms zit het mee, soms valt het tegen. Ik kijk altijd naar de hele wedstrijd en naar de inzet van de speelsters. We kregen kansen in de twee helften. Ik heb goede dingen gezien. Mijn speelsters hebben 93 minuten lang alles gegeven. Ik leer bij elke wedstrijd mijn ploeg beter kennen. Dat is goed.
Deze zomer spelen de Red Flames op het Europees kampioenschap (EK) voetbal. Op het vorige EK haalden ze de kwartfinales. Daarin verloren ze met 0-1 van Zweden. Mik je nu hoger?
Op een groot toernooi wil je natuurlijk zo ver mogelijk raken. Het zou vreemd zijn om dat niet te willen. Maar het EK begint pas in juli. Het is nog te vroeg om al doelen te stellen.
Dan is het ook nog veel te vroeg voor een vraag over het wereldkampioenschap (WK) in 2027?
Ja, maar de Belgische vrouwen konden zich nog nooit plaatsen voor het WK. Dat is nu dus zeker wel het doel. Maar hoe we dat gaan aanpakken? Daar denken we voorlopig nog niet aan.
Voetbal voor vrouwen krijgt steeds meer aandacht. Merk je verschillen tussen vroeger en nu?
Er is een heel groot verschil met toen ik ooit begon als trainer. Vroeger trainden we om 20 of 21 uur in de avond. Alle ploegen van jongens en mannen gingen voor. Pas daarna konden wij het veld op. Dat is nu heel anders. Zo wordt het voetbal voor vrouwen ook steeds beter.
Krijgt voetbal voor vrouwen intussen genoeg aandacht? Want die is nog altijd veel minder dan bij de mannen.
Het wordt steeds beter. We raken er wel, hoop ik. Meer fans zijn nog altijd welkom. Dat is ook een taak voor ons als ploeg. Wij moeten fans een heel goede sfeer en goede wedstrijden geven. Dan willen ze zeker terugkomen. En misschien brengen ze dan de volgende keer vrienden mee. Zo kan de aandacht zeker groeien.
In voetbal en in bijna alle sporten blijft er een heel groot verschil in loon tussen mannen en vrouwen. De helft van de top-10 van best verdienende sporters van 2024 zijn voetballers. Maar in de top-100 staat zelfs geen enkele vrouw. Wat vind jij daarvan?
Dat verschil is natuurlijk heel groot. Maar ik wil er liever mijn energie niet aan verspillen. Bij de Red Flames werken we heel hard. We willen goede resultaten halen. Dat is het belangrijkste. De lonen gaan de laatste jaren ook omhoog. Steeds meer speelsters zijn echte profs. Zo kunnen ze enkel met voetbal bezig zijn. Dat maakt de sport beter. Dat trekt meer kijkers. En zo komt er weer meer geld.
We zien nog veel mannen als trainer bij vrouwenploegen. Waarom zijn er dan weinig of geen vrouwen trainer van een mannenploeg? Vrouwen zijn toch even goede trainers?
Voetbal is nog altijd vooral een wereld van stoere mannen. Vrouwen moeten zich veel meer bewijzen. Je ziet wel steeds vaker vrouwen als medewerker bij ploegen van mannen. Er zullen nog meer vrouwen komen. Maar dat zal tijd kosten.
Nog één laatste vraag. Voor een trainer is natuurlijk alleen de huidige ploeg belangrijk. Maar als alles kan, welke ploeg zou je dan graag trainen?
De Red Flames. Daar denk ik zelfs niet over na. Ik ben al heel lang trainer. Maar ik denk nooit aan een andere of een volgende ploeg. Ik heb geen ploeg van mijn dromen. Behalve dan mijn ploeg van dat moment.
Ruud Meert
