enkel voor abonnees

Jan Peumans over de Vlaamse politiek

interview - 14 05 2019
Jan Peumans Vlaams Parlement
Belga D. Waem

Op zondag 26 mei zijn er belangrijke verkiezingen. We gaan stemmen voor het federale parlement en het Europese parlement. Daarnaast stemmen we ook voor het parlement van onze regio. Dus voor Vlaanderen, Brussel of Wallonië. Wie daar meer over weet, is Jan Peumans. 

Jan Peumans is politicus voor de partij N-VA. Hij was ook tien jaar voorzitter van het Vlaams Parlement. Dat deed hij goed. Dat erkennen zelfs tegenstanders. Peumans stopt binnenkort met politiek.

Wablieft: Op 26 mei zijn er opnieuw verkiezingen. Aan hoeveel verkiezingen nam u deel?
Ongelooflijk veel!(lacht) Zeven voor de gemeente, alle federale en Vlaamse verkiezingen sinds 1985, en dan kan je er nog de verkiezingen voor de provincie bijtellen. Ik denk dus ongeveer 25.

Hoe kijkt u naar de weken en maanden voor de verkiezingen?
De verkiezingen beginnen de dag na de vorige verkiezingen. Is je naam al bekend? Dan is het gemakkelijker. Als tv en kranten je al kennen, helpt dat zeker. Je wordt natuurlijk ook ouder. Die ervaring kan dan ook je nadeel worden. Je bent niet meer het frisse gezicht. In 2014 was ik al 63 jaar. “Dat is een oude man”, zeiden sommigen. Toch deed ik het zeer goed. Ik haalde in Limburg 64.000 stemmen.

Herinnert u zich nog uw eerste verkiezingen?
Dat was geweldig, in 1982. Dat was voor de partij Volksunie voor mijn gemeente Riemst. Die bestaat uit tien kleine dorpen. Ik was chiroleider geweest. Ik was dan ook zeven jaar bezig met de groep ‘Leefmilieu Riemst’. Ik kreeg uiteindelijk 560 stemmen. Dat verwonderde me zelf. Zo ben ik schepen geworden. Een zalige tijd. Ik heb veel kunnen doen. En ze zijn nooit meer van mij afgeraakt.(glimlacht)

Je uitslag is ook belangrijk in je partij. Hoe meer stemmen, hoe meer de partij naar je luistert. Klopt dat?
Voor een stuk is dat zo. Die 64.000 stemmen geven je gezag. Dat is hetzelfde als 130.000 stemmen in Antwerpen. Als voorzitter van het Vlaams Parlement val ik natuurlijk ook meer op. Ik kan meer mijn zijn doen. Mijn partij houdt niet altijd van mijn kritiek. Daarom houdt ze me buiten sommige beslissingen. Dat stoort me niet, hoor. Tegelijk zijn die stemmen ook vluchtig.

64.000 mensen stemden op u. Hoe doet u dat?
Ik ben een gewone en open mens.Ook als politicus. Ik hou ook niet van ‘dikke nekken’. Mensen kunnen me altijd aanspreken. Ik ben rechtuit en doe zo ook aan politiek. En mensen waarderen dat, merk ik. 

U haalt veel stemmen. Toch werd u nooit minister. Zo eenvoudig is het niet?
Neen. Een ploeg ministers samenstellen is natuurlijk een puzzel. Dus de ene past op dat moment net iets beter als minister. Daarbij kwamen de meningen over mij. “Hij is niet diplomatisch genoeg.” Vreemd, denk ik dan. Ik ken anderen in de N-VA die een grote bek opzetten, dus...

U werd geen minister, wel voorzitter van het Vlaams Parlement. Dat lijkt toch de rol van uw leven?
Ja, ik was altijd een verdediger van het Vlaams Parlement. Om haar rol in de democratie. Om de macht die het moet hebben om de mensen te vertegenwoordigen. Ook vroeger al. Toen was ik nog gewoon lid van het parlement. Daarom ben ik ook tegen ‘cumul’, het combineren van verschillende mandaten. Die politici zijn niet goed voor de macht van het parlement.

Als voorzitter hebt u zeker een mening. Wanneer is een lid van het parlement goed?
Het gaat om de inhoud. Je kan elke week vijf kranten nemen. En in het parlement vragen stellen over wat je leest. Dat is niet moeilijk. Het gaat om zaken zelf uitzoeken. Je moet de dossiers kennen. Je moet ook openstaan voor andere dingen dan je eigen interesses. Dat doen te weinig leden van het parlement.

Hun taak in de democratie is de Vlaamse regering controleren.
Ja, dan moet je als parlementslid je kennis in een dossier gebruiken. Je moet kritisch zijn en de regering vragen blijven stellen. Je moet een ‘ambetanterik’ zijn. Dat is de taak van een verkozene. Je hebt er veel anderen, hoor. Die durven niets te vragen uit schrik voor hun eigen partij.

Er moeten dus meer Jan Peumansen in het parlement zitten?
Ja, natuurlijk. Ik bedoel dan niet in mijn rol als voorzitter. Als voorzitter wil ik neutraal zijn en alle partijen gelijk behandelen. Ook al ben ik zelf lid van N-VA. Ik denk dat dat lukte. Want mijn partij was niet altijd gelukkig.(grijnst) Ministers schermen in het parlement graag met het regeerakkoord. Daarin staan de plannen en voornemens. Dat is toch niet voldoende? Wil de regering een weg aanleggen? Overtuig mij en het parlement dan eerst van het nut van die weg.

Mensen zien politici vaak ruzie maken. De andere kan nooit iets goed doen. Een politicus geeft ook bijna nooit zijn ongelijk toe...
Ja, dat is juist. Ik zie het elke dag in het parlement. Is de minister van de eigen partij? Dan kan die niets fout doen. En voor de anderen doet die alles fout. Geef je je ongelijk toe? Dan ga je het horen en voelen in je partij.(lacht)

Bij elke verkiezing zetten partijen plots ‘‘witte konijnen’ in. Het zijn meestal bekende mensen zonder ervaring in de politiek. Wat vindt u van hen? 
De partij geeft die ‘witte konijnen’ soms verkiesbare plaatsen. Zonder verrassingen zijn ze dan bijna zeker verkozen. Daar heb ik soms vragen bij.

Sommige ‘witte konijnen’ zijn bekend van tv. Is dat voldoende voor de politiek?
Je hebt nu Goedele Liekens. Die komt op voor Open Vld. Ik heb haar leren kennen bij de opnames van het tv-programma ‘Vrede op aarde’ van Sven de Leijer. Goedele is zenuwachtig. Maar ze is een heel verstandige dame. Dat kan dus wel goed gaan. We moeten ook niet onnozel doen. Politiek is ook een stuk toneel en entertainment. Het is toch zo?(lacht)

Wekenlang waren er betogingen voor het klimaat. De jonge betogers klagen over de trage politiek. Wat zegt u dan?
Dat is juist. Het is natuurlijk de federale regering die beslist. Je zit daar met vier partijen, met Vlamingen en met Franstaligen. En dan moet je het eens worden. Dat heet een ‘compromis’. Een ‘compromis’ zoeken, daar is niets mis mee. Dat alles traag gaat in de politiek, komt ook door de samenleving. Die is nu heel ingewikkeld. Zo wordt oplossingen vinden voor een probleem altijd maar moeilijker. De betogingen voor het klimaat hebben de politiek een teken gegeven. Dat is goed. Blijven betogen vind ik dan weer niet goed. Wegblijven van school is geen goed teken.

Wat vindt u van ‘dienstbetoon’? Politici luisteren naar en handelen voor hun kiezers.
Dienstbetoon is ook een taak van een politicus. Maar niet zo van: “ik zal dat hier even voor u regelen.” Het is ‘sociaal dienstbetoon’. Je moet luisteren naar de problemen van de mensen. Je kan hen de weg wijzen naar de juiste dienst. Je kan de problemen ook bundelen. En er dan iets aan veranderen in de politiek. Daarom moet je als politicus ook zichtbaar zijn voor de mensen.

Moet een politicus in het parlement de stem zijn van zijn kiezers? Of mag hij of zij voorop lopen, en de andere weg tonen aan zijn kiezers?
Wat is de stem van je kiezers? Ik ken mijn kiezers niet persoonlijk. Ja, ik ken mijn vrouw natuurlijk. Die stemt voor mij voor het Vlaams Parlement. Voor de andere verkiezingen stemt zij op de partij Groen. Ik kom veel mensen tegen op de markten. Die zijn altijd heel vriendelijk voor mij. Maar ken ik al hun meningen? ‘De’ kiezer bestaat dus niet. Je kan dus niet één mening uitdragen. Je moet een beetje afgaan op je buikgevoel. En eerlijk en rechtuit zijn.

U stopt als voorzitter. Wat kan er nog beter in het Vlaams Parlement?
Je hebt hier parlementsleden die niets doen. Je hebt er die iets doen. En je hebt er die veel doen. Kijk, er zijn 124 parlementsleden. Volgens mij zijn dat er 60 te veel. ‘Cumuleren’ moet verdwijnen. Je moet kiezen, of in het parlement of in de gemeente. Dat maakt het werk op beide plekken beter. Op dat vlak doet Wallonië het beter. In het Waals Parlement mag maar een vierde van de leden ‘cumuleren’.

U stopt binnenkort met politiek. Gaat u het missen?
In het begin zeker. Ik ben 12 jaar burgemeester geweest. Nadien was dat ook even moeilijk. Maar ik heb nog veel plannen.(lacht)

Uit