Elke dag doorkruist hij de stad, van zijn kleine flat boven de Turkse groentewinkel tot aan de bouwmarkt. Daar werkt hij. ’s Morgens van zuid naar noord, ’s avonds van noord naar zuid. Drie kwartier heen, drie kwartier terug. Vijf dagen per week. Hij verslijt twee paar schoenen, maat vierenveertig, per jaar. Het liefst koopt hij precies dezelfde als de vorige. 

Lees een stukje uit het boek

Hoe alles begon
Ik ben een heel jaar op zoek geweest naar een onderbroek van mij. Een zwarte met pijpjes. Een beetje lichter van kleur geworden in de was. Geen boxershort. Het merk ben ik vergeten. Een man let daar zo niet op. Karolien kocht altijd mijn onderbroeken. Maar Karolien is weg.

Karolien vertrok toen het uitkwam. Toen ik zei dat het niets betekende. Ze wàs al kwaad. En toen ik dat zei, begon ze met dingen te gooien. Ik was een klootzak, riep ze. Een impotente klootzak, zelfs. Dat deed pijn.

Ik leg het later nog uit. 

Ik weet nog heel goed waar en wanneer ik die onderbroek het laatst heb gedragen. En uitgetrokken. En bij wie. Ze heette Sylvia.

Uit
De onderbroek
B1, higher threshold
€ 7,95